Voor altijd ten oosten van Eden

Vanaf vandaag kunnen we de Netflixserie East of Eden kijken, een verfilming van het epos van John Steinbeck. Ik las de nieuwe vertaling in 2020 terwijl mijn tweede boek Ode aan de verliezer naar de drukker ging. Dit lijkt wel de romanvorm van mijn eigen manuscript, dacht ik toen. En ik heb altijd een voorkeur gehad voor fictie boven non-fictie. Steinbeck deed het beter dan ik. Mag ook wel.

Ode aan de verliezer gaat net als East of Eden uit van het verhaal van Kaïn en Abel, de eerste twee mensenkinderen in de Bijbel. De oudste slaat de jongste dood. Een simpel gegeven, maar het is onvoorstelbaar hoeveel toepassingen deze scène heeft. Kaïn en Abel zijn overal waar in intieme relaties ongezonde machtsverhoudingen optreden. Maar ze zijn er ook als een groot land zijn legers op een kleiner land af stuurt. Dit is waarom we de eerste hoofdstukken van Genesis oerverhalen noemen. Ze weerspiegelen onze archetypische menselijke ervaringen.

Er kwam een ‘harde lockdown’ aan toen ik Ode aan de verliezer publiceerde. Die term was ik zelf alweer vergeten en het spijt me als ik je hiermee hardhandig zes jaar terug de tijd in slinger. Een harde lockdown betekende dat alle winkels die als niet-essentieel werden bestempeld, dicht moesten blijven. Dat gold ook voor boekhandels. Zo kan het dus gebeuren dat je jaren aan een boek werkt om het vervolgens nooit in de etalages te zien liggen. Een coronatrauma dat ik parlementaire enquêtecommissie-waardig zou noemen, maar helaas kregen de inzichten van Maurice de Hond de voorkeur.

Het boek over verliezers werd zo zelf een verliezer, want heel lekker verkocht het nooit. Ook al is het in de loop der jaren stukje bij beetje komen bovendrijven. Tegenwoordig gaan er meer exemplaren van Ode over de toonbank dan van mijn andere oudere boeken.

Ik kan niet tellen in hoeveel zaaltjes ik in de tussentijd heb gepraat over Kaïn en Abel. En elke keer weer kwamen de aanwezigen met verrassende interpretaties van hun verhaal. Drie conclusies vind ik zelf relevant om hier te delen:

  • De scheidslijn tussen Kaïn en Abel loopt vaak dwars door een mensenhart heen. In het echte leven kom je zelden iemand tegen die puur kwaadaardig en gewelddadig is. Onschuldige lammetjes zijn ook behoorlijk schaars in de mensenwereld.
  • De rollen van Kaïn en Abel zijn niet statisch. Daarmee bedoel ik: wie twintig jaar geleden vooral een Abel was, kan zich later ontwikkelen tot Kaïn. Sterker nog, dat gebeurt vaak. Het gebeurt elke keer dat een Abel denkt: de enige manier om veilig te zijn voor de Kaïns van deze wereld, is zelf een Kaïn worden.
  • Iedereen die in een conflict zit, wil zichzelf als Abel zien en profileren. Het ligt voor de hand om Oekraïne als Abel te zien. Maar in de Russische retoriek is Rusland juist de Abel terwijl de NAVO een Kaïn is. Zie ook de staat Israël. Militair veel machtiger dan de Palestijnen, maar toch presenteert het land zichzelf op het wereldtoneel (en met historisch goede papieren) als Abel. Het blijft altijd goed opletten wanneer mensen een Kaïn-en-Abelmetafoor van stal halen.

Ikzelf zit in ieder geval klaar voor de nieuwe Netflixserie. Als ik het goed begrijp, is er gekozen om in te zoomen op Cathy, een prominent vrouwelijk personage in het boek. Dat lijkt me een goed uitgangspunt. Kaïn is namelijk lang niet altijd een man. En Abel al helemáál niet.